Shift Happens! Are you preparing for the future?
Experience an unique business and networking opportunity, travelling with a select group of peers from innovation hubs around the world. One week, multiple cities and executive exchanges with senior leaders in private and public sector partners in the world’s most advanced intelligent communities. On-site visits to leading technology players, market leaders, innovative start ups and R&D Labs.
Shift Happens organises executive business trips to inspiring environments all over the world. Senior executives, entrepreneurs, and professionals are invited to go on a journey to Silicon Valley, New York – Boston, China, Japan or Korea. Our approach is to bring together like-minded senior leaders and entrepreneurs and expose them to high-intensity, intellectually challenging and a very interactive programme. This approach has proven to enrich participants and teams with new knowledge and insights in trends and technology developments. During this discovery tour, you will generate your own new energy and new ideas and expand your network.
Recent executive innovation tours:
2012 The Future of Sports and Media Mission to London and New York (in preparation)
2012 The Future of TV Study Tour to Hong Kong and Seoul
2011 The Future of Storytelling to San Francisco and Los Angeles (single client)
2011 The Future of TV Study Tour to Boston, San Francisco and Los Angeles
2010 Mobile Media to Tokyo and Seoul
2008 China Media Executive Tour to Beijing and Shanghai
Shift Happens is an initiative by Martijn Kole, partner of HGRV Advisers Managers and George Freriks, partner of Two Minds.
Martijn Kole has over 15 years of international experience at board level in the media and publishing industry and has initiated, designed and facilitated several business executive tours. He is founder of Shift Happens and entrepreneur, adviser and investor and has a strong interest in the conversion of digital media.
George Freriks is a senior consultant working in the Media and Telecommunications business. He has been manager for more than 20 years. He is specialized in business development and mergers and acquisitions. He is shareholder in a number of innovative “break through” companies in the industry of interactive and personalised television and in the distribution sector. George has an extensive network in the media industry in both the USA and Asia.
The Future of TV study tour 2011. Exclusive media delegation to Boston, San Francisco and Los Angeles. March 5 – 13, 2011
TV is still going strong. It is a little wonder that even in the era of the PC, the smart phone and iPad, the TV is one of the first pieces of technology most consumers purchase. The total time spent watching TV is still more than 10-times greater than people spend using the Internet. One profound question for the consumer electronics and TV industries is how to add Internet-based content and services. Traditional video and broadcast TV programming are starting to share screen space with a spectrum of personalized information, entertainment and social networking services, in addition to original content such as family videos and photos. The arrival of Internet-based programming and interactive IP-based services on TV will challenge the industry to find new ways to blend novel Internet-based usages into a seamless whole with traditional TV. Moreover, models of interaction must be transparent, with push-button ease-of-use. Content producers will need to understand how new consumption patterns will influence production, distribution and business models. The industry will need to adapt content for optimum viewing on a variety of TV and other connected platforms, including mobile Internet devices.
And will HD and 3DTV extend the life cycle of the traditional TV model? Adding the Internet to TV will involve a continuous process of exploration. While we still have many unanswered questions, one thing is certain – the medium of television is on the threshold of profound changes. The question is how to integrate the best of the Internet, while preserving the best of a TV medium which continues to entrance, inform and inspire 1.3 billion households around the world.
The study tour is an inspiring seven day innovation learning and new business development mission in order to inspire new product development and revenue making opportunities among study tour participants.
Invitation only. For more information please contact Martijn Kole (kole@hgrv.nl).
Shift-happens
Als je in de stromende regen in Amsterdam parkeert, realiseer je je d
at snelle technologische veranderingen sluipenderwijs gewoon worden. Ik geniet ervan dat je op je iPhone met alleen maar ja intikken geen bonnetje hoeft te trekken uit de inmiddels befaamde touchscreen of draaischijf parkeerautomaten. En dat je bij vertrek einde intikt, en dan nog goedkoper uit bent omdat je alleen de geparkeerde tijd hoeft te betalen. De bedenker van de applicatie verdient ook nog aan mijn lagere kosten. Onze veelbesproken studiereis in maart dit jaar naar Japan en Zuid- Korea was voor mij een mooie wake-up call. Mobiele technologie, het gaat razendsnel en is nog sneller sluipenderwijs gewoon. De simpele combinatie van mobiel, persoonlijk, GPS, internet en communicatie legt een wereld aan mogelijkheden open. Voor ondernemers is het een echte kans omdat het een verandering is van het gedrag van mensen. Het gebruik van media is fundamenteel aan het veranderen en de koop en betaalmogelijkheden nemen toe. Ik geloof dat het betaalmodel van de toekomst in de mobiele telefoon aanwezig is. Natuurlijk kun je al betalen via iTunes, Paypall etc., maar de combinatie met de elektronische portemonnaie gaat het volgens mij helemaal worden. Mijn parkeerkaartje gaat via internet en de daar opgegeven creditcardgegevens. De telefoon zelf wordt ook mijn creditcard. Met draadloos betalen wordt in Nederland o.a. door ABNAMRO geëxperimenteerd. De OV Chipkaart is inmiddels in een miljoenen oplage gemeengoed aan het worden en onlangs verscheen ook het bericht over de patentaanvraag van Apple voor het gebruik van interne betaalprotocollen op de iPhone en iPad. Straks zitten al die technieken in de telefoon. In Japan zagen we het geheel ook in werking. Met je telefoon betaal je, door hem in de buurt van de kassa te houden, in de supermarkt, in de taxi en bij o.a. Macdonalds. En betalen is de basis van het betaalmodel. Slimme combinaties met de mogelijkheden van de smartphone zie je nu snel ontwikkelen. Locatie gebaseerd. Met Foursquare toch even kijken waar en met wie ik mijn geld uitgeef. Bij Wehkamp een prijscheck, en een lagere prijs dan thuis als ik toevallig in de mediamarkt sta. Het wordt gepersonaliseerd. Met kortingsbonnen omdat ik een potentiële of trouwe klant ben, loyaltyprogramma’s, selecties op basis van mijn persoonlijke smaak. De betaling wordt aan mijn persoon en mijn locatie gekoppeld, daarnaast is de achtergrond van alle informatie via internet beschikbaar. Het kan zelfs augmented waardoor je ziet wat er niet is, en het daarmee toch bestaat. De wereld wordt fantasierijker. Kennis is nodig, verbeeldingskracht maakt het verschil.
Het gaat sluipenderwijs, razendsnel en is gewoon voor je het weet. Als je er als ondernemer op tijd bij bent en meedoet is het smullen.
Rob Haans
Mobiele hoop voor uitgevers
Recent ondernam ik met een groep van Nederlandse uitgevers en mediaondernemers een studiereis naar Japan en Zuid-Korea. Boeiende ontmoetingen met mobiele telecombedrijven, uitgevers, advertentiebureaus, onderzoekers, brancheorganisaties, opinieleiders en mobiele media-experts boden een kijkje in de mobiele toekomst die over vijf jaar op ons af komt. Na de internetrevolutie aan het begin van dit millennium is er nu een nieuwe kans voor uitgevers om betaalde diensten te ontwikkelen en het verdienmodel uit te breiden.
Binnen enkele jaren zijn er wereldwijd meer mobiele telefoons met internetverbinding dan PC/laptops. Japan en Zuid-Korea hebben wereldwijd de meest ontwikkelde mobiele communicatiemarkten. Geavanceerde mobiele netwerken, ‘feature handsets’ en ruim aanbod van inhou
d en dienstverlening maken de mobiele telefoon hét belangrijkste communicatiemiddel voor de consument en professional.
Mobieltje voor alles gebruikt
De mobiele telefoon in Japan en Zuid Korea kent veel functionaliteiten: TV kijken, portemonnee , OV-kaart, sociale media-toepassingen, gamen, muziek luisteren, navigeren, marktplaats, sleutel, snel surfen op het web,…… en ook nog bellen. Dat bellen wordt overigens wel steeds minder. In Japan verandert de samenstelling van de omzet van de mobiele telecombedrijven snel. Op dit moment is de zogenaamde voice/data verhouding van de omzet 60/40%. De Japanners verwachten dat dit binnenkort is omgekeerd en data veruit het belangrijkste deel van de omzet vormt. In Zuid-Korea is de verhouding voice/data op dit moment 70/30%. Mijn inschatting is dat de Nederlandse mobiele telecombedrijven als KPN en Vodafone nog geen 10% omzet uit data generen. Mede door de mogelijkheden van IP bellen zoals gratis Skype op mobiel zal de conversie naar data identiek zijn als die van vaste telefonie naar mobiel ruim tien jaar geleden.
Een mobiel ecosysteem
Waarom is het Japanse model, en in iets mindere mate het Zuid Koreaanse model, zo succesvol? Reeds jaren beschikken Japan en Zuid-Korea over tenminste 3G mobiele netwerken. Met vallen en opstaan heeft dit geleid tot de ontwikkeling van relevante diensten voor gebruikers. Waar Zuid-Korea met name uitblinkt door de ontwikkeling van nieuwe technologie (bijvoorbeeld DMB netwerktechnologie van 20 MB per seconde) is Japan er in geslaagd met alle actoren uit de waardeketen succesvol diensten te ontwikkelen. Er wordt gesproken over een mobiel eco-systeem. Zowel de overheid, telecombedrijven, handset-makers als contentleveranciers hebben de handen ineen geslagen. De Japanse overheid heeft als enige land ter wereld geen geld gevraagd voor de 3G-licenties. Ter vergelijking: KPN ging bijna ten onder aan de licentievergoedingen die West-Europese overheden vroegen voor UMTS. De mobiele netwerk operators hebben in Japan een hechte samenwerking met de handset-makers, waarin de telefoon en sim geoptimaliseerd is voor de dienstverlening van de netwerk operator. Er zijn ongeveer 850 verschillende typen telefoons op een totale markt van 109 miljoen gebruikers. Van de telefoons is 90% geschikt voor tenminste 3G. De I-phone is sterk in opmars en heeft inmiddels een marktaandeel van 3%.
Contentproviders verdienen goed
De verhouding tussen de netwerkoperator en de contentleverancier kent twee varianten:
On-deck: de content provider biedt zijn inhoud/dienst aan op de mobiele portal en of binnen het mobiele netwerk van de operator, en de klant betaalt rechtstreeks en op de rekening van de netwerkoperator. Het omzetaandeel voor uitgevers is erg aantrekkelijk, circa 90%.
Off-deck: de content provider biedt zijn inhoud/dienst aan op het open internet en rekent zelf af met de gebruiker. Het omzetaandeel van de content leverancier is circa 70%. Belangrijk inzicht in Japan is dat het mobiele ecosysteem alleen goed kan draaien als de contentproviders ook echt geld verdienen.
Een andere belangrijke succesfactor in Japan en Zuid-Korea is de eenvoudige en transparante flat fee data vergoeding die de mobiele telecombedrijven rekenen. Er zijn twee varianten: beperkt en onbeperkt dataverkeer. Zo weet de gebruiker wat de maandelijkse kosten zijn en kan hij zorgeloos met de toepassingen aan de gang zonder zich af te vragen hoeveel YEN of WON hij kwijt is voor elke Megabyte die gedownload wordt.
Succesvolle betaalde diensten
Beide landen kennen vele succesvoorbeelden van betaalde mobiele diensten. Zo wordt er gretig betaald op social networking sites om een avatar aan te kleden of digitale huiskamer te decoreren. Voor navigatiediensten van Navitime worden slechts enkele euro’s per maand betaald in abonneevorm, maar deze service heeft wel miljoenen gebruikers. Voor goede nieuws services wordt ook enkele euro’s per maand betaald (zie artikel over de krant Asahi Shimbun in deze uitgave). De bereidheid om te betalen voor gemak, functionaliteit en personalisatie via je mobiel is bewijsbaar aanwezig.
De mobiele advertentiemarkt is nog relatief bescheiden, maar toont een sterke groei. Dan gaat het minder om klassieke vormen van adverteren zoals display, location based services en search op een mobiele telefoon, maar meer om mobile commerce door middel van Quick Respons-codes, coupons, tegoedbonnen of betalingen. De mobiele telecombedrijven worden gezien als de potentieel grootste retailers en de fysieke winkels zijn slechts een outlet waar je het product ophaalt.
Europa: meer regie is noodzakelijk
De Japanse en Koreaanse mobiele markt loopt naar mijn inschatting vijf jaar op ons voor. De vraag is of een hechte (precompetitieve) samenwerking op het gebeid van standaarden en marktontwikkeling tussen de verschillende actoren in het mobile ecosysteem mededelingsrechtelijk kan in Europa. Wat dat betreft is het interessant om de plannen van EU Commissaris Kroes te vernemen nu ze het dossier mededinging heeft verruild voor ICT. Meer regie om het (mobiele) ict domein te ontwikkelen is wenselijk, zeker als Europa nog enige ambitie wil koesteren als competitieve economie van de wereld. Evenzo geldt dat voor Nederland en het innovatieplatform. Mobiele telecommunicatie biedt geweldige kansen om de productiviteit en toegevoegde waarde op het gebied van werken, leren en zorg te verhogen. Als de samenwerking in de waardeketen vorm krijgt, er simpele flat fee datamodellen komen en transparante roaming afspraken, en de uitgevers in staat zijn om goed naar de gebruiker te luisteren, dan is er een nieuwe kans voor uitgevers om betaalde diensten te ontwikkelen.
Martijn Kole is partner bij HGRV Adviseurs Managers en directeur / eigenaar van De Tijdstroom Uitgeverij. Vanuit persoonlijke nieuwsgierigheid naar digitale media ontwikkelingen organiseert hij zakelijke studiereizen voor bestuurders en ondernemers naar interessante leeromgevingen zoals Silicon Valley, China, Japan en Zuid-Korea. Informatie over de recente Japan en Zuid-Korea reis: www.shift-happens.nl
Azië in verschillende snelheden
“Palli, Palli” of te wel “Schiet op!” dat is het motto van de Zuid Koreanen. Snelheid maken en presteren om de concurrentie voor te blijven en beter nog, te verslaan.
Half maart ging een groep van media “executives” van o.a. Telegraaf Media, Weekbladpers, de Volkskrant en het Nederlands Uitgeversverbond in Azië op zoek naar de ontwikkelingen op de mobiele markt. Nadat een deel van de groep twee jaar geleden China had bezocht waren nu Japan en Korea aan de beurt.
Duidelijk werd dat er een Azië is met verschillende snelheden, dat betreft zowel de ontwikkelingen op het gebied van hardware als op het gebied van toepassingen en de manier waarop innovatie in die landen wordt aangejaagd. In Japan heeft de telecom- en contentindustrie gezamenlijke afspraken gemaakt omtrent onderlinge verdeling van opbrengsten uit de diensten aan de consument. In ons land is zoiets met een op de loer liggende NMA ondenkbaar. In Korea stuurt de overheid op bijna militaristisch wijze een nationaal innovatieprogramma aan waarbij miljarden Euro’s gepompt worden in research en ontwikkeling en op het moment dat de technologie naar de markt gebracht kan, worden de Samsungs en de LG’s uit het land in de gelegenheid gesteld hiermee hun geld te gaan verdienen. In Nederland wordt er dan al snel over “staatssteun” gesproken.
Het lijkt er op dat wij in Europa onszelf allerlei beperkingen hebben opgelegd die onze innovatiekracht afremt in plaats van dat er gestimuleerd wordt.
Het bezoek aan Azië leerde dat het mobiele “device” hét leidende apparaat wordt waarmee de consument zijn leven probeert te verrijken. Het aantal toepassingen voor het mobiel, mede aangejaagd door de introductie van de iPhone, groeit als kool en daarmee de relevantie van het apparaat voor de consument. De PC is traag en niet makkelijk onder je arm mee te nemen, het televisietoestel is een mooi maar dom apparaat.
Japan is van de Aziatische landen die werden bezocht het verst wat betreft toepassingen. Korea scoort hoog op het gebied van hardware en infrastructuur maar scoort nog relatief laag op het ontwikkelen en vermarkten van diensten. De wijze waarop de industrie samenwerkt, de cultuur en het bestedingsniveau van de consument hebben hier invloed op.
In Japan is het betalen met de mobiel, met een eenvoudige “swipe” over een betaalpunt, inmiddels gemeengoed. Er is geen OV-chipkaart meer nodig, je betaalt met één handeling met je mobile voor de metro, bij de Mc Donalds etc. Adverteerders werken op grote schaal met “QR-codes” een geavanceerde barcode die met de mobiel gelezen wordt en waarmee dan in winkels kan worden geprofiteerd van speciale aanbiedingen. Musea en andere culturele instellingen werken hard aan toepassingen voor “augmented reality” waarbij je met je mobiele camera via in beeld gebrachte “tags” extra informatie kan krijgen over de locatie waar je bevindt. Er wordt gewerkt aan een koppeling met sociale netwerken, waarbij je de mening van een jou bekende over bijv. een bepaald restaurant via je mobiel kan lezen. Geavanceerd navigatie via je mobiel waarbij je kan kiezen voor een wandelroute die overdekte locaties suggereert bij regen, die je calorieverbruik bijhoudt en die voor je uitrekent hoeveel CO2 uitstoot je genereert afhankelijk van keuze van route en/of vervoermiddel. Live worden vertragingen van bussen en treinen doorgegeven en suggesties gedaan waar uit of in te stappen teneinde beter een bepaalde aansluiting te kunnen halen. Dit soort toepassingen kennen miljoenen betalende gebruikers. Consumenten lijken bereid te zijn om voor gemak te betalen.
De Aziatische broadcasters lijken ook niet echt uit te blinken in innovatie. Uiteraard worden themakanalen en VOD omgevingen ontwikkeld en bieden de IPTV operators gepersonaliseerde EPG’s en contentaanbiedingen en dergelijke, maar het werken met crossmediale proposities waarbij sterke merken worden ingezet en per platform wordt bekeken welke content voor wie wordt aangeboden lijkt nog niet heel ver te zijn ontwikkeld. Ook het videogebruik via mobiel is nog niet heel erg intensief, overigens meer ingegeven door netwerkbeperkingen dan consumentengedrag. Maar hier gloort een oplossing aan de horizon. De directieve manier waarop innovatie in Korea wordt aangejaagd lijkt zijn vruchten af te werken. Daar waar in Nederland de LTE technologie nog moet worden ingevoerd, is Korea de volgende technologie marktrijp aan het maken: met Nomatic Local Area Network naar het mobiel 3,6 GB (!!) per seconde kan worden verstuurd en een complete speelfilm in een fractie van een seconde kan worden gedownload.
“Palli, Palli Nederland!!”
George Freriks (george.freriks@twominds.nl)
Het nut van zes dagen Japan en Z-Korea
Vandaag SK Telecom en DMC Kyobo Bookstore bezocht. SK telecom heeft als mobiele operator ruim de helft van de Koreaanse markt voor mobiele handsets in handen. Het bedrijf had wereldwijd als eerste een kanaalonafhankelijke muziekportal ontwikkeld: meLon. Via een abonneevergoeding + betaling per 150 songs kan muziek worden beluisterd op TV, internet en mobiel.
Voor Zuid-Korea geldt net als bij Japan dat de mobiele handsets zijn uitgerust met vrijwel alle denkbare dataservices, waaronder mobiel bankieren en aandelen verhandelen, games en IP Video. Een andere service, op het gebied van social networking, is Cyworld. Meer dan 90% van de Koreanen tussen 21 en 29 jaar heeft een persoonlijke homepage op Cyworld. Wie verdient nu aan al die dataservices? Contenproviders krijgen een fee van 70% van de content-inkomsten en 30% wordt afgeroomd door SK Telecom. In Japan ligt deze verhouding op 90–10. Wellicht is dit de reden dat de mobiele telefoon in Japan naast het bellen (voice, 57%) meer wordt gebruikt voor dataservices (43%) dan in Zuid-Korea (30%). Het datagebruik van mobieltjes zal echter snel groeien. Door groei in bandbreedte zullen diensten als IP Video en muziek snel in een betere kwaliteit en hogere kwantiteit beschikbaar komen.
Trekken we de vergelijking door, dan blijkt dat de markt voor mobiel adverteren in Zuid-Korea ook minder ontwikkeld is dan in Japan; nog geen 1% van alle advertentiebestedingen gaan naar mobiel, maar de verwachting is dat early adapters als Coca Cola en enkele cosmeticamerken gauw worden gevolgd door meer partijen.
Van de mobiele telefoon naar de e-reader, want daarop worden vooralsnog de e-books gelezen. DMC Kyobo Book Centre is de grootste uitgever / distributeur in Zuid-Korea. De activiteiten van het digital contents team worden door de redacteuren van papieren tijdschriften met argusogen gevolgd aldus Sung Dae-Hun, manager van het Digital Contents team. ‘Diverse mensen in dit bedrijf zijn niet zo blij met ons. Als wij ons werk goed doen, heeft dat gevolgen voor papier.’ Dae-Hun werkt samen met het Koreaanse Samsung, de producent van de e-reader hardware. De software hiervoor ontwikkelt Kyobo zelf.
Tien jaar lang was het e-book een slechte markt, maar na de lancering van de Amazon Kindle is het medium aan een onstuimige opmars begonnen. Dae-Hun bedacht een origineel businessmodel. Hierbij levert de auteur of uitgever de content van een boek aan de distributeur, waarbij de latere inkomsten ongeveer gelijkelijk verdeeld worden. De distributeur maakt er een e-book van en verkoopt dit ofwel rechtstreeks aan consumenten dan wel via een reseller, die het e-book vervolgens weer aan de consument verkoopt. De reseller kan een portal zijn, maar ook een fysieke bookshop of een device company als Samsung. De verdeelsleutel van de inkomsten voor reseller en contentdistributeur is 3 versus 2. Een derde mogelijkheid is dat de contentdistributeur het e-book verkoopt aan een service provider als een school of een digitale bibliotheek.
In al deze gevallen is de uitgever binnen dit model minder belangrijk geworden ten gunste van de contentdistributeur. Dat het model voor Kyobo werkt, blijkt uit het feit dat alleen Kyobo al 60% van alle e-books in Zuid-Korea distribueert. De uitgevers in Zuid-Korea hebben kennelijk zitten slapen, anders hadden zij de regie over de e-book keten niet zo gemakkelijk uit handen laten nemen. Sterker, ze kunnen nog steeds papieren boeken scannen, verwerken tot e-book en zelf uitgeven.
Resteert na vijf werkdagen in Japan en Zuid–Korea de vraag wat de leerpunten zijn van de Dutch Mobile Media Study Tour. Dat is niet zo snel even te zeggen; zo hangt het bijvoorbeeld af van het soort uitgeefbedrijf waarvoor men werkt. Een wetenschappelijke uitgeverij heeft de transitie van offline naar online vaak al helemaal gemaakt, en is minder kwetsbaar wanneer men beschikt over unieke must have content. De boekenwereld daarentegen wordt momenteel helemaal opgeschud. De publiekstijdschriften en krantenuitgevers zullen hun op drift geraakte klanten overal en altijd moeten kunnen bereiken.
Al deze groepen uitgevers waren in deze studiereis vertegenwoordigd. Allemaal hebben ze in het Verre Oosten veel kennis en ideeën opgedaan bij collega-uitgevers, mobiele operators, brancheclubs en een technologisch instituut. In Nederland zullen zij daaraan opvolging geven en nieuwe plannen maken en uitwerken. Dat stelt de deelnemers aan deze studiereis uiteindelijk in staat om concurrentievoordelen te behalen. Voorzitter van het Nederlands Uitgeversverbond Geert Noorman vatte het in zijn rede voor de Koreaanse electronic-publishers association aldus samen: “Meer dan ooit zal het uitgeven bestaan uit het producten maken met de markt in plaats van voor de markt. We hebben geen antwoorden, maar het kennen van de belangrijke vragen en het weten welke keuzes er gemaakt moeten worden, daar gaat het om. Het uitgeven wordt de komende jaren heel interessant!”
Interessant wordt het tot slot ook morgenochtend, als we de gedemilitariseerde zone tussen Noord- en Zuid-Korea bezoeken. De moderne wereld en de wereld van communisme en barbarij worden sinds de Koreaanse oorlog in 1953 gescheiden door een strook niemandsland met wachttorens, prikkeldraad en ik weet niet wat nog meer. In tegenstelling tot de uitgeefwereld is hier geen sprake van convergentie, van vervagende grenzen. Hier ligt een keiharde grens.
Mobile media in Zuid-Korea
We zijn woensdagavond laat in Seoul neergestreken om ons de komende dagen te laten informeren over mobiele media in dit economische groeiland. Met 12 miljoen inwoners is de hoofdstad van Zuid-Korea iets kleiner dan Tokio. Seoul oogt rommeliger dan het strak georganiseerde Tokio, maar het leven bruist er wel veel meer. Zuid-Korea kent al jaren grote economische groei, terwijl de Japanse economie verder ontwikkeld is, maar nauwelijks meer groeit.
Studiereisgenoot Hans van Velzen staat s’avonds in de lift van het hotel. Twee bewakers en een grote herdershond betreden eveneens de lift. ‘No pets allowed here’, grapt Hans. Norse blikken volgen. Een Engelsprekende man zonder gevoel voor humor legt uit dat het bewakers van de Deense premier Lars Lökke Rasmussen betreft.
Ik schrijf deze blog terwijl ik zojuist uit het café in de hotelkelder kom, alwaar veel deelnemers aan de studiereis over mobiele media zich nog bevinden. De sfeer zit er daar beneden goed in onder de massaal toegestroomde hotelgasten, met prettige live muziek en rijkelijk vloeiend bier: het verdienmodel van deze bar is even simpel als lucratief. Een geforceerd bruggetje brengt bij de uitgeverijsector: die zoekt vol overgave naar nieuwe verdienmodellen als antwoord op de digitalisering. Mensen consumeren steeds meer informatie online, en daar is het voor uitgevers moeilijk geld verdienen.
Dat dit niet alleen voor Nederland geldt, maar ook voor Zuid-Korea, is vandaag gebleken blijkt tijdens het middagbezoek aan een grote uitgeverij: JoongAng Multimedia Magazines & Books/Broadcasting. Men wil graag van ons weten of en hoe Nederlandse uitgeverijen online geld verdienen. “We zijn als uitgevers allen zoekende, maar we hebben nog geen businessmodel gevonden, noch voor boeken, noch voor tijdschriften,” aldus een groepslid. Geert Noorman (Nederlands Uitgeversverbond) denkt dat branding belangrijker wordt voor uitgevers, en dat zij hun content efficiënt moeten verdelen over de verschillende mediakanalen. Een krantenuitgever voegt daaraan toe dat uitgevers op basis van kennis van hun publiek extra diensten kunnen ontwikkelen, die soms niets met uitgeven te maken hebben, bijvoorbeeld groepsreizen.
Opvallend is het dat uitgeverij JoongAng zelf nog weinig heeft nagedacht over online verdienmodellen. Wel is het bedrijf actief in e-books en wordt dit jaar de eerste applicatie ontwikkeld voor de iPad van Apple, voor één van haar publiekstijdschriften.
Ronduit alarmerend vindt men de opmars van de iPhone in Zuid-Korea. Dagelijks worden er 4000 van verkocht. “Wij zijn in shock door de snelle opmars van de iPhone. Niemand had dit verwacht. Koreaanse fabrikanten van mobieltjes zijn momenteel erg nerveus”, aldus strategic planning manager Yong Ho Ahn.
In een gezamenlijke strijd tegen Apple gaan Koreaanse mobiele operators een gezamenlijke appstore oprichten, terwijl de overheid subsidie verleent op apps die bij deze operators draaien. Een concrete eerste stap die JoongAng Multimedia Magazines & Publishers verder zet in het kader van een rendabel online verdienmodel, is het aanbieden van gratis navigatiediensten. Men hoopt dat adverteerders deze dienst ondersteunen, en men rekent op 24.000 bezoekers aan het eind van 2010.
Samenvattend geldt dat deze grote Koreaanse uitgever nog geen samenhangende visie heeft op uitgeven in het online tijdperk, terwijl de eerste experimenten hieromtrent worden gedaan.
Eerder op de dag hebben we 250 kilometer verderop ook het ETRI bezocht: het Electronics and Telecommunications Research Institute (http://www.etri.re.kr/eng/). Opmerkelijke bewering: vanuit Zuid-Korea komt binnen twee jaar een bandbreedte beschikbaar van 3,6 Gigabyte per seconde. Dat is dimensies meer dan de hoogste beschikbare bandbreedtes van dit moment. Het zou een revolutie in bandbreedtetechniek betekenen: alle capaciteitsproblemen op mobiele en andere netwerken zouden in één keer zijn opgelost. Het resultaat: feilloos doorkomende multimediale diensten naar de Koreaanse abonnees die gebruik maken van kabel- en kabelloze communicatie via heterogene netwerken, waaronder mobiele netwerken. Ook diensten zoals IP video en muziek, die momenteel door een hoge capaciteitsbelasting in hun ontwikkeling stagneren, komen dan probleemloos door.
Nu maar hopen dat de nieuwe bandbreedtetechniek na lancering ook snel wordt aangelegd in Nederland. Het is een basisvoorwaarde voor succes van uitgevers, want zij moeten tegenwoordig alle media aanwenden om de klant op elke denkbare plaats te kunnen voorzien van content.
Japan’s ondernemerschap
Het eerste bezoek op woensdag brengt ons bij Navitime (www.navitime.com), een ‘real time all in one route information system’ met location based services voor de mobiele telefoon. Juist hier kunnen we de weg eerst niet vinden, dat zul je altijd zien.
De data die Navitime in haar software verwerkt zijn van een ongelofelijk detailniveau. Zo is geen uitgang van een metrostation onbekend, en kun je ook daar niet meer verdwalen. In de navigatiesoftware zijn ook talrijke cross searching functionaliteiten verwerkt. Bent u op zoek naar een naburig restaurant? Verschillende opties met reistijden worden op de kaart weergegeven, inclusief reviews van mensen die er gedineerd hebben. Is de route verderop geblokkeerd door een ongeluk? Via een alert wordt een alternatieve route voorgesteld.
Natuurlijk vergt de hiervoor noodzakelijke verzameling van een immense hoeveelheid data, hoge investeringen. Gelukkig hebben de Japanse mobiele operators oog voor het belang van lange termijn samenwerking met contentproviders als Navitime. Door een contentfee van slechts 10% wordt het ondernemerschap
gestimuleerd in plaats van de nek om gedraaid. Kom daar eens om in Nederland, waar mobiele operators van Navitime een absurde 50% vroegen. Lang leve de kortzichtigheid, maar zonder Navitime.
Nog meer grip op de omgeving dan via Navitime ontstaat er met Panoramio, zo ervaren we live tijdens de lunch. We kunnen onze ogen niet geloven. Met zijn mobiele telefoon scant Iguchi Takahito, CEO van Tonchidot www.tonchidot.com, zijn omgeving af. Na enkele seconden verschijnen allerlei beelden in postzegelformaat. Het blijken foto’s te zijn van mensen die eerder in deze omgeving zijn geweest, soms voorzien van gesproken commentaar. Allemachtig, wat gaan we als samenleving nog allemaal meemaken? Geert Noorman, voorzitter van het Nederland Uitgeversverbond: ‘Panoramio bestaat al twee jaar, maar deze toepassing heeft iets magisch, omdat je door muren kunt heen breken en de omgeving kunt afscannen tot twee straten verderop.’
Hoe werkt het dan? Noorman: je laadt foto’s op de plek waar je bent. Google plaatst ze op de coördinaten waar ze genomen zijn, en de foto zit eraan vast. Als mensen later in de buurt komen en de omgeving afscannen, worden de foto’s getoond met postzegeltjes. Klik je erop, dan heb je de foto duidelijk in beeld.’
Dus door zelf je foto’s en teksten te laden kun je jezelf projecteren in toekomstige belevingen op deze plek. Geert Noorman was here…
Weer nuchter en in de gewone werkelijkheid, met de mobieltjes veilig in de binnenzak, wandelen we naar het hoofdkantoor van Softbank Mobile, één van de grote mobiele operators in Japan. Senior Executive Vice President Ted Matsumoto houdt een boeiend verhaal over de toekomst van mobiele media, waarover meer in Media Facts april. De volgende citaten wil ik u niet onthouden:
‘De mobiele telefoon kan de grootste retailer van de wereld worden. Dat hoeft niet het einde van winkels te betekenen; daar haal je dan alleen nog je spullen af.’
‘Mobiele content is voor elsewhere. Op het werk heb je de PC, thuis heb je alles. Maar onderschat niet hoe lang je op een dag elsewhere bent.’
‘De tablet is het beste van twee werelden: het ideale huwelijk tussen gedrukte magazines en de PC’
‘Toekomstig dataverkeer wordt 50 tot 100 keer zwaarder.’
‘In China moet je niet proberen games te verkopen, want stelen is daar een sport. Betaal je daarvoor, dan vindt men je een sukkel. Wat je moet doen is games gratis weggeven en ze in het spel de draak laten doden met een gouden zwaard. Daarvoor vraag je iedere keer 5 cent. Dat betalen ze nog wel. Vervolgens kunnen ze niet meer ophouden met spelen. Je moet de klant eerst verleiden, vervolgens gaan ze vanzelf betalen.’
(bron: Wim Danhof, www.mediafacts.nl )
Mediafacts over super Tuesday
Vandaag is het stropdassendag. We ontmoeten onder meer een CEO en een krantendirecteur. Verder beleven we een seminar ‘What’s next in mobiles’, gevolgd door een diner, beiden in de Nederlandse ambassade. Officiële ontmoetingen dus. De etiquette gebiedt ook dat het overhemd ‘niet te druk’ mag zijn. Sterker nog: egaal wit heeft de voorkeur. Het blijkt allemaal niet voor niets: later, in de avond, flitsen de camera’s van Japanse relaties als de dertien deelnemers aan de Dutch Mobile Media Study Tour als ware kabinetsleden worden gefotografeerd.
Het eerste bezoek van de ochtend is aan Dai Nippon Printing. Na de altijd formele visitekaartjesprocedure met buigingen en veel vertoon van respect, beginnen de presentaties. Dai Nippon Printing (DNP) is het tweede mediabedrijf van Japan met 380 miljoen euro winst op 13 miljard euro omzet. De crisis is ook overal! De voornaamste activiteiten zijn het drukken, uitgeven van e-books en het leveren van IT-dienstverlening aan 30.000 klanten, veelal uitgevers. DNP bewerkt content van uitgevers om deze te distribueren naar platforms zoals boekwinkels, webshops, PC en mobiel.
Interessant voor met name de Nederlandse boekensector is de informatie van dochterbedrijf Mobile book jp. Men digitaliseert boeken in opdracht van uitgevers. Deze worden via webshops of bijvoorbeeld de website van de uitgever verkocht. Ze worden gelezen op diverse platforms. De meeste auteurs ontvangen een royalty van 10 tot 15% van de verkoopprijs, de populairste auteurs ontvangen meer. De vraag welk deel de uitgever ontvangt blijft onbeantwoord. Japanners kunnen als het moet vriendelijk glimlachen en zwijgen. Maar ze zijn ook echt aardig hoor, geen misverstand. Een andere gevoelige vraag – die over de rol van de boekverkoper bij de verkoop van e-books – wordt overigens wel beantwoord: ‘Ah, good question!’ Voor de fysieke boekverkoper ziet DNP daarbij eigenlijk geen substantiële rol meer weggelegd.
Mobiel blijkt in Japan momenteel de cashcow voor e-books. Waar DNP de omzet van boekverkopen voor de PC sinds 2007 zag teruglopen naar 40 miljoen euro, daar steeg de verkoop van boeken voor het kleine mobiele formaat explosief: van 0 naar 90 miljoen euro tussen 2003 en 2006, en vervolgens door naar 300 miljoen euro over 2008. Literaire boeken, romans en porno worden echter vooral op de PC gelezen, vaak door mannen van rond dertig jaar. De zeer populaire Japanse Manga (komische verhalen met typische karakters) en liefdesverhalen worden massaal op de mobiele telefoon gelezen, ditmaal in 70% van de gevallen door vrouwen van 15 tot 30 jaar.
Van de boeken gaan we naar de papieren krant. Nog altijd een instituut, een bastion van journalistieke kwaliteit. We bezoeken de tweede krant van Japan, Asahi Shimbun. Ooit had deze dame van 133 jaar 8 miljoen abonnees en anderhalf miljard euro aan advertentie-inkomsten. De laatste 10 jaar daalden het aantal abonnees naar 6,5 miljoen en de advertentie-inkomsten met 10% per jaar, naar 750 miljoen euro in 2009. Voor het eerst in haar geschiedenis boekte deze kwaliteitskrant vorig jaar verlies. Er werden wel wat journalisten ontslagen, maar veel had dat niet om het lijf. Nog steeds beschikt Asahi Shimbun over 2400 reporters en 77.500 medewerkers, bezorgers meegerekend. Overigens verschijnt de krant tweemaal daags en wordt hij thuis bezorgd.
Het relaas van Yoichi Sato, het hoofd van het digitale content center, valt op door een merkwaardig soort afstandelijkheid. Neem de vraag of zijn krant in de toekomst nog wel kan voortbestaan. ‘Oh yes, for another ten years or so.’ Sato vervolgt dat de veertigplussers van nu misschien wel tot hun tachtigste de krant blijven lezen. Daarna zal het lezen van de papieren krant ‘voorgoed voorbij’ zijn, aldus Sato. Hij gelooft niet dat de jongere generaties – die in Japan volledig gedigitaliseerd zijn – ooit nog zullen hunkeren naar nieuws op papier.
Over hoe bij Asahi Shimbun wordt ingespeeld op de digitalisering, leest u in de april-editie van het vakblad Media Facts. Daarin ook de afdronk van het seminar ‘What’s next in mobiles’.
Morgen volgen twee sessies, waaronder één over social augmented reality, waarna we van Tokio naar Seoul vliegen. Daar vervolgen wij de Dutch Mobile Media Study Tour. Bij een goede internetverbinding geldt dus: tot morgen! In het land met het snelste internet ter wereld moet dat kunnen.
Arigato voor uw aandacht!
(Bron: Wim Danhof, www.mediafacts.nl )
Verslaafdheid aan mobieltjes, door Wim Danhof
Nederland staat deels nog aan de vooravond van een doorbraak in het multifunctionele gebruik van 
de mobiele ‘telefoon’. Wilt u weten wat die doorbraak inhoudt, dan is Japan de place to be. Het land
heeft een tienjarige leercurve in mobiele media doorlopen. Hier ontstond in 2001 ‘3G’, ofwel mobiel breedband internet.
Maandagmorgen half negen zetten we ons schrap voor een ‘opening briefing with in-depth analysis of the Japanese mobile phone market’. Kei Shimada, CEO van Infinita bijt het spits af. Infinita ontwikkelt diensten voor mobiele operators, adviseert en doet marktonderzoek. We worden overladen door cijfers en trends over zowel de mobiele infrastructuur als het gebruik van de mobiele telefoon in Japan. Wat is ons voorland?
Eerst wat overdenkingen over de mobiele infrastructuur. Het mag saai lijken, zoiets vormt wel een belangrijke randvoorwaarde voor de groei van mobiele media. De Japanners hebben die mobiele infrastructuur veel slimmer en beter geregeld dan wij in het stroperige, besluiteloze en trage West-Europa. Drie krachtige mobiele operators vormen de spil tussen de a) fabrikanten – , b) de verkopers van mobiele telefoons en c) de leveranciers van content, waaronder de uitgevers. Deze partijen werken doorgaans gedisciplineerd samen, met de lange termijn als horizon. Dit overzichtelijke systeem heeft – let wel – betrekking op de gewone mobiele telefoons. Deze hebben in Japan echter zoveel features dat ze bijna alles kunnen wat smartphones als de iPhone ook kunnen. Toch zijn er ook in Japan al 3 miljoen iPhones verkocht op een totaal van 109 miljoen mobieltjes en 126 miljoen Japanners.
Naast die heldere basisstructuur worden Japanse investeringen in ‘mobiel’ bevorderd door het feit dat de kosten per hoofd van de bevolking voor mobiel breedbandinternet (3G) op 0 liggen. Shimada verklaart: ‘Doordat de Japanse
overheid mobiele breedband internetcapaciteit niet veilt of belast, hebben aanbieders veel financiële ruimte om te investeren in noodzakelijke capaciteitsuitbreiding. Als de infrastructuur vervolgens nog betrouwbaarder wordt, zullen gebruikers ook meer mobiele dataservices gebruiken. In Europa daarentegen veilen overheden 3G licenties tegen absurde prijzen. De kosten voor mobiel breedbandinternet liggen in het Verenigd Koninkrijk en Duitsland tussen 400 en 450 euro en in Nederland rond 120 euro per capita.’ Kortom: de opmars van mobiele media in Japan wordt aan de aanbodzijde mogelijk gemaakt door optimale samenwerking, efficiency en een overheid die zich op gepaste afstand houdt.
Oké, gauw over naar de Japanse consument en diens geestdriftige omgang net de mobiele telefoon. Nou ja, telefoon …. Oké, gemiddeld wordt het mobieltje nog wel in eerste instantie als telefoon gebruikt. De generatie tot ongeveer dertig jaar gebruikt het speeltje echter vooral voor andere dingen. Zo is 25% van de 16- tot 24-jarigen langer dan 3 uur per dag ermee zoet. Bijna alle jongeren zijn dagelijks mobiel in de weer met bijvoorbeeld games, ringtones, realtones, e-books, videostreams, nieuws, verkeersinformatie en e-commerce. De markt voor mobiele e-commerce bedroeg in 2008 1,5 miljard euro, met als voornaamste kassarinkelaars mode, boeken en DVD’s.
Een mooi voorbeeld vormen de grootschalige modeshows waarbij meisjes met hun mobieltjes in de smaak vallende kleren van voorbij paraderende dames fotograferen. Vervolgens kunnen de kleren online worden besteld. Zo wordt in enkele uren een half miljoen euro opgehaald. Een tweede voorbeeld van volledig ingeburgerde e-commerce is het gebruik van de mobiele telefoon voor het scannen en uploaden van informatie in Quick Response codes die zijn aangebracht in gedrukte media. Zo leidt informatie op papier tot transacties via de mobiele telefoon.
Dan nu wat cijferbrij om aan te geven wat er in Japan in mobiele media (via het mobieltje) omgaat. Waar de Japanse markt voor mobiele content een volume kent van 4 miljard euro, daar vallen de inkomsten uit advertising vooralsnog tegen, hoewel ze hard groeien. Met 1,1 miljard euro in 2009 omvat mobiel adverteren 2% van de Japanse advertertentietaart. Ondertussen blijft televisie met een marktaandeel van 32% (-4% in 2009) nog altijd veruit het favoriete advertentiemedium. Kranten en tijdschriften volgen met 13 en 14%, maar zij zien hun advertentie-inkomsten jaarlijks met rond 10% slinken, ten gunste van internet op de PC en mobiel.
Kortom, Japanse adverteerders beginnen in te zien dat zij klanten moeten volgen in hun switch van off line naar online. Met andere woorden: zij ontdekken het mobieltje als een bruisend en interactief platform, terwijl de jongere Japanner al een mobiele lifestyle heeft ontwikkeld. Mijn indruk is dat het in Nederland niet wezenlijk anders zal gaan.